In het Nederlands Dagblad van 1 oktober daagt columnist George Harinck gereformeerde studentenverenigingen uit om na te denken over hun identiteit.
Op gereformeerde studentenverenigingen vragen ze tijdens het novitiaat wel eens wie Klaas Schilder was of wanneer de Vrijmaking plaatsvond. Zelfs de enkele noviet die het antwoord weet, heeft waarschijnlijk nooit iets van deze man gelezen en waar de Vrijmaking over ging, kun je ook maar beter niet vragen. Waarom worden dergelijke vragen eigenlijk gesteld? Het antwoord ligt voor de hand: gereformeerde studentenverenigingen zijn voortgekomen uit de kring van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en al zijn ze soms al tientallen jaren opengesteld voor niet-vrijgemaakten, ze worden nog steeds voor 99 procent door leden van deze kerken bevolkt. Logisch dus dat ze bij novieten de kennis van de eigen traditie toetsen.
Zulke vragen worden gesteld door ouderejaars die in de tijd dat zij noviet waren ook deze vragen kregen voorgelegd en toen eveneens het antwoord schuldig bleven. Want dat jongere vrijgemaakten niets van Schilder of de Vrijmaking weten is al decennia een feit.
Interessant is dat studenten blijven vragen naar een bepaalde kennis die bij henzelf en ook bij hun kerkelijke omgeving ontbreekt of niet functioneert. Ik verbaasde mij er onlangs over dat het dagblad Trouw wel drie decennia nodig heeft gehad, voor het zonder dedain schreef over de gereformeerde wereld waaraan ze sinds 1970 aan het ontsnappen was. Iets dergelijks lijkt bij vrijgemaakten aan de hand. Schilder en de Vrijmaking spelen al lang geen actieve rol meer in de identiteit van de vrijgemaakten, maar nog steeds schijnt men niet los te zijn van dat verleden.
Zou het vrijgemaakt heimwee zijn? Maar waarnaar dan? De huidige studenten zijn opgegroeid in de jaren negentig en hebben de wereld waarin de woorden ‘Vrijmaking’ en ‘Schilder’ pasmunt waren helemaal niet gekend. En eerlijk gezegd merk ik onder studenten niet een verlangen op als het om Schilder en de Vrijmaking gaat. Het is voor hen allemaal grauw: Schilder was toch een drammer? En de Vrijmaking precies dat kerkelijke geruzie waar geen student weet van wil hebben. Dat beeld hebben ze zich niet gevormd na lezing van ‘Looze kalk’ of zo. Dat beeld hebben ze gekregen van hun ouders, zeg maar van mijn generatie. Wij hebben nog net het staartje meegemaakt van de vrijgemaakte wereld van ‘ware kerk en zaaksgerechtigdheid’ en zelfs al wisten ook wij de inhoud van de materie al niet meer, wij hebben wel nog de sfeer geproefd die erbij hoorde. En ik moet bekennen dat het oordeel daarover onder mijn generatiegenoten oorverdovend ongunstig is. Als studenten vandaag de dag dus naar Schilder en de Vrijmaking vragen, vragen ze naar de frustratie van hun ouders.
Het residu van de eerste veertig vrijgemaakte jaren is grauwigheid. We slaan geen boek meer open uit die jaren en oriënteren ons aan geen enkel standpunt meer van destijds. Bonhoeffer lezen we nog, de RB-serie is voor het oud papier; ‘Vaticanum II’ roept meer positiviteit op dan ‘Delfshaven 1964’. De verantwoordelijken voor de sombere kleur van de herinnering zijn deels nog onder ons. Ze verdedigen zich soms, maar meestal schamen ze zich of zijn stilletjes en zonder excuses mee opgeschoven met hun kinderen en schudden nu ook het hoofd over hun kerk in de jaren zestig. Begrijpelijk, maar erg behulpzaam is het niet, want zelfs een generatie die van de kerkelijke narigheid geen weet meer heeft, onthield bij het opgroeien slechts één ding van het recente kerkelijke verleden, en dat was dat het niet best was. Ik heb de indruk dat bijvoorbeeld Nederlandse ex-communisten volwassener met hun evenmin smetteloze verleden omgaan.
Hoe moet het verder? Terwijl generaties christelijke studenten opgroeien die zich niet interesseren voor verschillen tussen denominaties – niet uit onverschilligheid, maar omdat ze andere zaken in het geloof belangrijker vinden – vragen de vrijgemaakte studenten nog steeds wie Schilder was. Geintje natuurlijk; maar ook verlegenheid: wie zijn we eigenlijk?
Er zijn twee oplossingen voor dit identiteitsprobleem: ophouden met die vrijgemaakte verenigingen en opgaan in de bredere christelijke studentenwereld, of de gereformeerde traditie positief omarmen. Als ik de studenten over Schilder en Vrijmaking beluister, wordt het tijd dat de vrijgemaakte kring die positieve draai maakt. Voordat de halve eeuw vrijgemaakte geschiedenis definitief verschrompelt tot een studentengrap.
nd.nl/columns
Een positieve draai lijkt me een goed idee. Maar wat is de gereformeerde traditie? En hoe moet deze draai eruit gaan zien? Aankomende vrijdag hoopt DB Maan in haar beleidspresentatie een aanzet te geven in de discussie over de identiteit van gereformeerde verenigingen. Discusieer hier alvast mee over de identiteit en mogelijke oplossingen.






Op de VGSR worden de vragen naar Schilder en de Vrijmaking niet gesteld. En dat was ook niet zo toen ik in 2006 lid werd. De aanleiding van het geschetste ‘probleem’ kan ik dan ook niet echt plaatsen. In de GKv Rotterdam Delfshaven worden we nog wel met Schilders portret geconfronteerd, maar dan volgen er eerder anekdotes over FQI’ers die voor een likje verf op de muur de vakman gebeld zouden hebben dan herinneringen aan zijn eigen werk. In dat opzicht heeft Harinck gelijk: we weten het niet meer of vergeten het bewust.
Wat me echter verbaast, is dat de gereformeerde studentenverenigingen zich zouden moeten richten op de vrijgemaakte roots, terwijl ze echter juist niet meer puur vrijgemaakt zijn. Dit doet enorm af aan het afzweren van de exclusiviteit, waardoor we juist meer dan één bepaalde voorgeschiedenis kennen. NB: het blijft lastig om consequent te zijn, maar ‘vrijgemaakt’ is niet hetzelfde als ‘gereformeerd’. Het lijkt me dan eerder aan de individuen die het aangaat om zich te bezinnen op het vrijgemaakte en aan de verenigingen om zich te bezinnen op het gereformeerde. Want dat laatste is inderdaad wel nodig, maar dat gebeurt dan ook zeker elke vier jaar weer.
Idem bij VGST. Ik verbaas me nogal over deze column, deze was 5-10 jaar geleden beter op zijn plek geweest. Toen ik lid werd (2003) was er nog een behoorlijke groep leden die recht achter die traditie (en de ware-kerk-gedachte) stond en een behoorlijke groep waarvoor dat niet (meer) zo was. Tegenwoordig gaat het minder om het “vrijgemaakt” zijn en meer om “wat geloof je nou precies” en “hoe geef je dat vorm in je leven”.
Puur vanuit Enschedees perspectief: opgaan in “algemeen christelijke” verenigingen is een vreemde gedachte. De VGST heeft eigenheid ten opzichte van Alpha (algemeen christelijk, een 15-20% oid niet-christenen zijn daar lid, behoorlijk vrijblijvend), RSK (astudentikoos, compleet andere cultuur) en NSE (navigators, ook heel verschillende cultuur). We zijn de enige club met een hard novitiaat. Bovendien is het nog steeds de moeite waard om een vereniging te zijn van mensen met een soortgelijke achtergrond. Samengaan met andere verenigingen doe je pas als je echt zo klein bent geworden dat het alternatief opheffen is (en eigenlijk is dat ook wat je dan doet).
Inderdaad is het treffender om de VGS-verenigingen gereformeerd te noemen dan vrijgemaakt. En dan met name wat de gereformeerde beginselen betreft: sola scriptura, en zo. (De 3FvE worden ook in veel GKv-kerken al niet meer geleerd.) Of anders de “drang” om een rationeel onderbouwde leer en een authentieke christelijke levensstijl te harmoniseren.
Als er al verlegenheid is, dan is die beperkt: bijvoorbeeld met de ware-kerkgedachte, de traagheid van het kerkelijk apparaat om knopen door te hakken, de sleur tijdens de diensten, dingen die niet eigen zijn aan de christelijke studenten maar ook door mensen als K. Wierenga (docent Greijdanus College Zwolle) geuit worden in het ND. Of verlegenheid met het verantwoorden van je geloof richting de geseculariseerde samenleving, wat een pittige opgave kan zijn na jarenlange opvoeding in een beschermde omgeving.
Het probleem dat Harinck schetst ken ik dus niet. Is het iets dat alleen bij GSVA en FQI zo is? (Kan het me niet echt voorstellen, maar ja, je weet maar nooit…)
Ik sluit mij volledig aan bij de twee voorgaande amici. Toen ik in 2006 lid werd bij VGSW werd me ook helemaal niet gevraagd wie Klaas Schilder was. Ook heb ik nooit iets gehoord over dat dat wel werd gevraagd. We deden en doen wel iets met bewustwording ten aanzien van de 3FvE, maar denken ook steeds meer na over hoe daar mee om te gaan na onze openstelling voor niet-vrijgemaakten.
Wat amice van Dijk zegt over dat het tegenwoordig minder gaat om het “vrijgemaakt” zijn en meer om “wat geloof je nou precies” en “hoe geef je dat vorm in je leven”, herken ik ook bij VGSW. Wij zijn al jaren bezig om ons te bezinnen op onze relevantie voor een breder gereformeerd studentenpubliek. Ik herken dan ook niets van dit stuk in hoe VGSW momenteel is en al jaren is (in ieder geval sinds mijn lidmaatschap). Ik durf misschien wel te zeggen dat ik me zelfs een beetje erger aan het feit dat alle verenigingen die zijn aangesloten bij VGS-Nederland op deze manier over één kam worden geschoren. In Wageningen leven deze vragen tijdens het novitiaat absoluut niet en zijn we juist bezig om onze relevantie voor alle christelijke studenten met een gereformeerde achtergrond en soms zelfs meer, duidelijk te maken.
Dat doen we wel met behoud van zoveel mogelijk positieve bagage uit onze vrijgemaakte achtergrond, maar zeker ook met een frisse blik naar de toekomst en naar alle niet-vrijgemaakte studenten die bij VGSW zichzelf op een fantastische manier moeten kunnen ontplooien tijdens hun studententijd en daar klaargestoomd worden voor hun tijd daarna.
Misschien kan Prof. dr. G. Harinck zelf uitleggen hoe hij aan dit beeld komt. Met wie heeft hij gesproken? Is hij onlangs nog ontgroend bij een VGS-vereniging?
Antwoord op de vraag kunt u trouwens hier vinden: http://vgs-nederland.nl/wie-zijn-wij/
. Ik vond het al erg lastig om dat stuk te schrijven overigens, laat staan dat we een gezamenlijke gereformeerde identiteit bespreken of aannemen. Ik denk dat de VGS’en daar té verschillend voor zijn. En dat is ook niet erg.
Gereformeerd heeft niets te maken met een verenigingscultuur. Wij (VGSW) zijn hier enkele jaren geleden uitgebreid mee bezig geweest en wat ons toen opviel is hoezeer bepaalde culturele trekjes direct in verband worden gebracht met ‘gereformeerd zijn’. Gereformeerd is niet de belijdenissen en onze traditie, maar die belijdenissen en onze traditie zijn een uitkomst van gereformeerd zijn in de tijd zij ontstonden. W. van der Schee zij op een lezing bij ons: gereformeerd is niets anders dan het vernieuwen van je leven (of je vereniging) vanuit het evangelie naar de tijd van vandaag. De eerder genoemde vragen over: hoe leef ik als christen, is daar een direct uitvloeisel van. Volgens mij zijn de VGS verenigingen daarmee nog steeds gereformeerd. We moeten alleen leren dat een Navigator vereniging dat net zo goed is…
Ik raad af een nieuwe discussie te starten: laten we ons richten op bewust christen zijn, volgens mij zouden de VGS-en daar meer mee gebaad zijn.
Als outsider (gepensioneerd predikant) ervaar ik wat in het ND geschreven werd door drie leden van FQI niet vrij van een zeker dedain: zouden studenten buiten Kampen het beter weten? Een kwaal die mij terugvoert naar mijn FQI tijd uit vroeger tijd.
Inderdaad, de suggestie die de FQI’ers wekken is dat zij niet alleen de VGSL beter kennen, maar ook dat de VGSL’ers die eerder in het ND schreven oogkleppen op hebben.
Ik vind het ook nogal suggestief wat er geschreven wordt over opengaan. Er zijn allerlei goede redenen, al was het maar dat het niet nodig is om een enkel-vrijgemaakte vereniging te zijn voor de doelstelling om een christelijke inhoud aan het studentenleven te geven (doel VGST). We hebben een verenigingscultuur die bij de VGS’en hoort, een gereformeerde grondslag (waar je niet 100% achter hoeft te staan) en voornamelijk leden van de gereformeerde scholen en uit de vrijgemaakte kerk, een gemeenschappelijke achtergrond dus. En niet-gereformeerden die zich bij ons thuisvoelen en christen zijn, zijn van harte welkom. Op bijbelstudie merk je dat we gereformeerd denken, en de gereformeerde neiging om intellectueel te zijn (of te doen) komt terug in de serieuze discussies. Prima toch?
De door de FQI’ers en Harinck sr. geschetste problematiek zie ik eerder als probleem voor de kerk dan als probleem voor studentenverenigingen.
En “Maar wij voelen wel een discrepantie tussen aanwezigheid van de traditie in allerlei uiterlijkheden enerzijds en het ontbreken van een inhoudelijke invulling daarvan in onze identiteit anderzijds.” Wat is er nou mis met wat tradities. De corporale verenigingen lopen toch ook geen inhoudelijke invulling te geven aan de studentikoze manier waarop ze bier naar binnen gieten. Kom op zeg. Jasje-dasje en studentikoziteit zijn voor de lol en om een beetje af te zetten en een groep te zijn met uiterlijke kenmerken. Daar is niks inhoudelijks aan. De zinsnede past veel en veel en veel beter bij de kerkdiensten van de vrijgemaakte kerk, dan bij de studentenverenigingen. Lees dan de stukjes van K. Wierenga die dit regelmatig treffend formuleert in het ND.
Niet vrij van een zeker dedain, maar wel oprecht meedenkend kan ik me er niet van weerhouden te reageren op dit onderwerp.
Waar ik me telkens weer over verbaas in dit soort discussies, is dat er zoveel ruis op de lijn zit. Een inhoudelijke discussie in het ND wordt op Facebook geduid als een amicale briefwisseling, ‘Gereformeerd zijn’ gaat over cultuur en wie fatsoenlijk en eerlijk reflecteert is arrogant.
Ik denk dat Jurjen de discussie naar het juiste niveau wil tillen en dat we daar over moeten spreken: Gereformeerd zijn is een manier van bewust christen-zijn. Zo bewust dat je in je verenigingsnaam kiest voor een ‘G’ in plaat van een ‘C’ of iets anders. Het moet volgens mij dus niet gaan over verenigingscultuur, maar over wat je hart drijft. Over wat je bindt.
Ik ben het alleen niet met Jurjen eens dat dat per definitie een andere discussie is dan deze. Ik denk alleen dat het betekent dat deze discussie op een ander niveau getild moet worden.
Volgens mij is de eerste stap voor wie bewust christen wil zijn namelijk dat je een gemeenschap opzoekt. Een gemeenschap van mensen die op dezelfde manier denken, of die je juist triggeren om anders te denken. Christelijk gesproken heet zo’n gemeenschap ‘gemeente’. Die gemeente is volgens mij omvattender dan de mensen die je op zondag in je lokale kerkje aantreft. Als bewust christen is het goed jezelf te leren zien als deel van een bredere gemeenschap ‘van alle plaatsen’ maar ook ‘van alle tijden’. Hierin moeten we als christenen denk ik tegen-cultureel zijn: niet jezelf willen bepalen en de maatschappij maken, maar in de gemeenschap gaan staan, een gemeenschap met traditie. Dit betekent dat je niet zonder meer alles overboord gooit wat je niet aanstaat, maar in de trouw die past bij een bewust christen kijkt wat je ermee kan.
Een van de punten die mijn Kamper amici maakten in het ND was dat we een stuk traditiebewustzijn missen. Volgens mij is dit niet meer dan een eerlijke constatering, voor wie niet overtuigd is: lees deze discussie eens door.
Hier ligt voor ons als bewuste christenen dus een oproep: gooi het niet gedachteloos overboord maar probeer jezelf eens in het licht ervan te zien. Vanuit die identiteit sta je dan natuurlijk open tegenover alle andere studenten (en niet-studenten) die je als christen herkent, maar dat betekent niet dat je die ander in alles gelijk moet worden. Volgens mij is er niks mis met herkenbaar gereformeerd-zijn, als je maar de juiste invulling geeft aan dat gereformeerd-zijn.
Laten we dus ophouden met ruis en spreken over waar het om gaat: hoe zijn wij, als gereformeerde jongens en meisjes, bewust christen en hoe kunnen we daarin onze achtergrond meenemen?
Klaas Schilder congresavond: Wie is die man?
Op 23 maart 2012 is het precies zestig jaar geleden dat Klaas Schilder overleed. Deze inspirerende man heeft zowel als origineel theoloog, maar ook als voorman van de Vrijmaking tijdens en na zijn leven veel invloed uitgeoefend. De vraag is alleen wat jonge vrijgemaakten met de erfenis van Klaas Schilder moeten. Welke relevantie heeft Klaas Schilder in de 21e eeuw?
Op 23 maart 2012 organiseert het studentencorps in Kampen, F.Q.I., een klein Schilder congres. Op deze avond zal prof. dr. George Harinck een korte introductie op het werk en leven van Klaas Schilder geven. Daarnaast zullen prof. dr. Erik de Boer en dr. Koert van Bekkum in de vorm van een lezing ingaan op de relevantie van Klaas Schilder in de 21e eeuw. Op deze congresavond zal ook een nieuw boek met verschillende artikelen over de relevantie van Schilder worden gepresenteerd.
Deze avond vindt plaats op 23 maart 2012 in de aula van de PThU in Kampen (Oudestraat 6). De avond begint om 19.30. De avond kost voor bezoekers onder de 26 € 5,- en vanaf 26 € 10,-. Meer informatie en aanmelding (noodzakelijk vanwege beperkte plaatsen) kan op de website van Fides Quadrat Intellectum: fqinet.nl.